Blazoenen.
1.Het
ringblazoen:
Bij de
meeste schietwedstrijden op doel wordt er geschoten op het ringblazoen. Zoals
we merken op bijgaande tekening is het middelpunt de witte roos. Deze heeft een
diameter van 15 cm
tellend voor het maximum van 6 punten. Dan heeft men afwisselend zwarte en witte ringen met een breedte van 7,5 cm. De kleine zwarte
ring met een diameter van 30
cm wordt zwarte roos genoemd en telt voor 5 punten. De
volgende ringen hebben van binnen naar buiten een waarde van 4, 3, 2 en 1 punten.
Zodoende komt men aan een buitendiameter
van 90 cm
voor de buitenste zwarte ring. Een reeks van 6 tellende schoten noemt men een
doorgang, en er kunnen dus maximum 6 x 6 = 36 punten behaald worden per
doorgang. Wetende dat de doelafstand 70 meter bedraagt is dit natuurlijk niet zo
eenvoudig en blijft het schieten met de voetboog steeds een uitdaging.
2.
Het geluksblazoen:
Bij kermisschietingen
wordt uitsluitend het oude geluksblazoen gebruikt. De buitenafmetingen bedragen
vierkant 90 x 90 cm
en op bijgaande tekening zien we dat het middelpunt van het blazoen een witte
roos is. Deze heeft een diameter van 12,5 cm tellend voor het maximum van 20 punten.
Rond de witte roos heeft men een zwarte ring met een buitendiameter van 25 cm, dit is de zwarte roos
tellend voor 18 punten. Verder is het blazoen verdeeld in 16 driehoeken waarvan
er vier rood gekleurd zijn, deze zijn bedoeld voor het schieten van de
hoekenprijs. De driehoeken zijn in een willekeurige volgorde voorzien van het
puntenaantal vandaar de naam geluksblazoen.

Top