Wie was Sint Joris ?
Veel is ons van de heilige Georgius
niet bekend. Zijn naam is ons beter bekend als St. Joris met de draak. Zijn
populariteit in het Oosten en het Westen heeft hem op de Romeinse kalender
gehandhaafd. Hij werd geboren in Cappadocie (een
landstreek in Klein-Azie, Turkije) en onderging
ongeveer in het jaar 303 tijdens de vervolging van keizer Diocletianus
in Palestina, waarschijnlijk te Lydda (het huidige Lod) tegelijk met andere geloofsgenoten de marteldood. De
ridderlijke figuur van Sint Joris heeft altijd een bijzondere verering genoten.
Richard Leeuwenhart stelde hem aan tot patroon van de
kruisvaarders en de nationale synode van Engeland verklaarde hem in het jaar
1222 tot patroon van Engeland. De katholieke verkenners hebben de strijdbare
martelaar tot patroon gekozen en is deze dag bijzonder voor hun
een feestdag dat afgesloten wordt met een groot kampvuur.
De best bewaarde legende over
de heilige Joris is die met de draak. Te zijner tijd werd het land door een
draak getiranniseerd. Dagelijks verslond hij twee schapen, die hem geofferd
werden zodat hij zich rustig houden zou. Toen de laatste schapen op deze manier
verdwenen waren eiste de draak mensenoffers. Als eerste viel het lot op de
dochter van de koning. In bruidskleren trad zij haar dood tegemoet. Maar St.
Joris viel de draak met een lans aan en verwondde het gedrocht. Hij beloofde de
koning en het volk dat hij het ondier doden zou als iedereen zich door hem zou
laten dopen. Toen koning en volk akkoord gingen doodde hij het ondier en op die
dag lieten zich 15.000 mensen dopen.
In 305 werd de heilige Joris
door de christenvervolgers vastgenomen en gefolterd. Hij werd op een rad gelegd
en in ongebluste kalk gedrenkt. Hij liep echter geen letsels op. Onder de
indruk van dit wonder liet de keizerin zich dopen. Omdat ze zich tot het christelijk geloof bekeerde werd ze samen met St. Joris op
de toren van de stadsmuur onthoofd. Dit alles zou gebeurd zijn in het beloofde
land.
De heilige Joris is een van de 14 noodhelpers.
Carrière
Sint Joris is in de 13de eeuw beschermheilige van diverse steden in Europa,
waaronder Venetië. In 1222 brengt hij het zelfs tot beschermheilige van
Engeland. In de
Nederlanden is Sint Joris ook een bekende beschermheilige, maar dan van de
gilden van de (voetboog)schutters. Op zijn naamdag, 23 april, bezoeken de
schutters de mis.
Verder is hij beschermheilige van wapendragers als soldaten, militairen en
boogschutters, ruiters, gevangenen en van ziekenverzorgers
Uitgebreid verhaal
Het is in de omgeving van
Beiroet. Een fraaie stad, omgeven door heuvels en aan de westkant een groot
mooi meer. Beiroet is ook een welvarende stad. Er is een levende handel en er
wordt goed geld verdiend door veel mensen. Die leven
er maar op los. Natuurlijk zijn er ook mensen die het niet goed gaat; die niet
kunnen profiteren van de welvaart. Op zekere dag blijkt het meer een
reusachtige draak te herbergen. Niemand weet waar hij vandaan komt. De meest wilde verhalen doen de ronde: dat er enorme vlammen uit
zijn muil komen; van poten die dikker zijn dan de boomstammen van de grootste
cederbomen; van een start waarmee hij de zwaarste bomen velt als lucifers.
De ongelukstijding wekt paniek
in de stad. Alle inwoners verschansen zich achter de zware stadsmuren waarvan
de poorten gesloten worden. In spanning wacht men af.
Het gruwelijke monster
intussen, vreet alles op wat op zijn weg komt. Dat is niet veel, want men heeft
ook de dieren binnen de stadsmuren in veiligheid gebracht. Na enkele dagen
verschijnt het monster voor de stadspoort. Een verstikkende zwavellucht verpest
de atmosfeer. Alle inwoners sidderen en beven. Om het directe gevaar te keren
besluit men twee schapen aan touwen over de stadsmuur neer te laten. Het
monster verslindt de dieren met huid en haar en verdwijnt weer naar het meer.
Iedereen haalt opgelucht adem. Men vergadert en besluit om elke dag twee
schapen naar de omgeving van het meer te brengen om het gedrocht op afstand te
houden. Het werkt, maar de spanning in de stad wordt er niet minder om. Er
worden plannen gesmeed om het ondier te doden, maar uiteindelijk waagt
niemand het om de strijd tegen het dier op te nemen. De kudde schapen slinkt
zienderogen. Men is ten einde raad en raadpleegt het orakel. Dat antwoordt dat
men de draak mensenoffers moet brengen en het lot moet bepalen wie ten dode
wordt opgeschreven. De koning looft een grote beloning uit voor degene die het
monster doodt. Natuurlijk komen daar moedige ridders op af, maar zodra ze het
afschuwelijke monster ook maar van afstand zien, slaan ze op de vlucht. Op een
dag valt het lot op Cleolinda, de dochter van de
koning. De koning weigert zijn dochter af te staan. Maar dat neemt het volk
niet. Waarom hun kinderen wel en de prinsen niet? De bevolking wordt oproerig en dreigt
het paleis van de koning in brand te steken. De koning moet wel toegeven. In
prachtige kleren leidt men haar in de richting van het meer. Door tranen
overmand leunt zij tegen een rotswand en wacht ze op het afschuwelijke dat
komen gaat.
Maar zie. Langs de rotsen komt
een
fiere ridder te paard het pad af, ... Joris. Hij ziet de huilende prinses,
springt van zijn paard en vraagt de reden van haar verdriet. Prinses Cleolinda vertelt hem alles. Joris blijft aan haar zijde.
Plotseling begint het water te koken. De draak kronkelt
eruit, doorklieft de
golven. Huiveringwekkend gesis vervult de lucht. Stinkende geuren verpesten de
omgeving. Het meisje stoot angstschreeuwen uit. „Vreest niet”,
zegt Joris,
roept God aan en stort zich met zijn machtige lans op het monster. Hij stoot
toe. Het monster verheft zich en stoot afschuwelijke geluiden uit. Joris
stoot
opnieuw en dan stort de draak
met een alles
doordringende schreeuw ineen.
Vanaf de stadsmuur hebben de bewoners van Beiroet alles zien gebeuren. In de hele stad breekt gejuich en een feestvreugde los. Als een held wordt Joris de stad binnen gehaald. Maar Joris zegt: „Het is God die jullie van het monster heeft verlost” en hij vertelt van de God van de christenen. Dan laten de koning en twintigduizend andere mensen zich dopen. De koning wil Joris met geschenken overladen. Maar die laat alles wat men hem wil geven verdelen onder de armen en zegt tegen de mensen van de stad dat ze zich in moeten spannen om iedereen in de stad gelukkig te maken. En dan gaat hij naar zijn eigen land terug.