Historiek van onze gilde
De Sint Jorisgilde
van Nieuwmoer vierde in 1963 haar 350 jaar bestaan.
Het jubileumjaar was gekoppeld aan een verzoeningsakte 'Actum,
opten Nieuwenmoer, opten III dec. 1613', betreffende de gildenbroeders Lenaert Korff en Hendrik Anthonissen Backer. Het geboortejaar
van de gilde gaat evenwel verder terug. In de jaren
1560 tot 1563 wilde de Sint Jorisgilde van Zundert zich een nieuwe caert
aanschaffen en vroeg daartoe inhoudelijke inlichtingen aan o.a. de Sint Jorisgilde van Nieuwmoer. Op
grond van het gegeven dat in 1498 de bisschop van Luik de toelating geeft om in
de kapel van Nieuwmoer, een rector aan te stellen en
bij die gelegenheid een reeds bestaand altaar te
wijden aan O.L.Vrouw, aan St.Nicolaus,
patroon van de moerlieden en aan St. Joris, patroon van de kruisboogschutters,
kunnen we bijna met zekerheid zeggen dat de Sint Jorisgilde
toen reeds bestond. In 1672 - na de tachtigjarige
oorlog - ontving de Sint Jorisgilde een nieuwe caert die bij het afbreken van de gildenkamer in 1884
zozeer werd beschadigd, dat ze onleesbaar en onbruikbaar was geworden.
Op het einde van de 19e eeuw ging
het niet goed met de gilde. Om de toetreding wat
aantrekkelijker te maken werden er vergaande consessies
gedaan: Afschaffing van de eedaflegging, afschaffing van de verplichting om
inkomgeld te betalen,enz.. Anders gezegd: een
'teergilde' met een grote mate van vrijblijvendheid. Een verval dat zich ook
manifesteerde bij het koningsschieten. Op 1 juni 1893
schoot Petrus Tilborghs zich tot koning en bleef die
functie tot 1940 behouden. Daarentegen ging het
begeleiden van processies wel door, evenals de deelname bij begrafenissen en …
teerfeesten. Wat de juiste reden is geweest dat de schuttersactiviteiten
helemaal stil kwamen te liggen, is niet te achterhalen, maar men bleef nog bij
elkaar komen. De laatste teerdag voor de grote wereldbrand werd op 6 mei 1940
gehouden.
De klap van de oorlog moet hard zijn aangekomen
want het heeft tot 1954 geduurd voor de gilde weer tot
herleven kwam en wel door toedoen van de gemeentearchivaris Jos
Vorsselmans. In 1960 kreeg de
gilde een nieuwe kaart van de Hoge Gildenraad der Kempen. Tegelijk werd een
oude traditie hersteld, want nieuwe leden legden weer de gildeneed af. Dat het
goed is gegaan met de gilde blijkt uit het winnen van
het Landjuweel in 1965 te Rijkevorsel. Dat gaf het
recht het volgende landjuweel in 1970 in te richten.
Vijf jaar later werden de oude Kempische dansen weer ingevoerd.
Thans beleeft onze gilde nog steeds deze hoogbloei wat zich resulteert in het inrichten van het gildenfeest in 1999, en wat zich uit in de prachtige resultaten van onze schutters en geestdriftige dansers de voorbije jaren. In de Noorderkempen is de gilde van Nieuwmoer één van de vooraanstaande gilden.

